Een pleidooi voor ecocide wetgeving: Waarom de particuliere sector vangrails nodig heeft
Tessa Clarke is de medeoprichter en CEO van Olio, een app gericht op het verminderen van huishoudelijke en voedselverspilling met meer dan 8 miljoen gebruikers in 63 landen.
Er is een Hindoeïstisch spreekwoord: "Zelfs nectar is vergif als je er teveel van neemt."
Dat geldt ook voor het bedrijfsleven. Het heeft miljoenen uit de armoede gehaald, innovatie gecreëerd en samenlevingen getransformeerd - maar zonder beperkingen heeft het ook geleid tot ontbossing, vervuiling en klimaatafbraak. Wanneer het streven naar winst ongecontroleerd is, kunnen de resultaten catastrofaal zijn voor ons allemaal.
Historisch gezien moedigden sterke culturele en religieuze beperkingen gematigdheid aan en zorgden ervoor dat de mensheid opereerde binnen de grenzen van het regeneratievermogen van de natuur. Een van de bekendste voorbeelden is het "Zevende Generatie Principe" van de Haudenosaunee Confederatie, dat voorschreef dat bij beslissingen rekening moest worden gehouden met de gevolgen voor de volgende zeven generaties. Dit langetermijndenken fungeerde als een natuurlijke rem op extractie en exploitatie.
Veel religieuze tradities hebben ook ecologische verantwoordelijkheid vastgelegd. In de Islam roept het concept van "mizan" (evenwicht) op tot harmonie tussen de mensheid en de natuur. Ook het christendom benadrukt rentmeesterschap, de verantwoordelijkheid om voor de schepping te zorgen.
Maar in een tijdperk waarin aandeelhouderswaarde allesoverheersend is, zijn deze culturele en religieuze regels van tafel geveegd.
De wereld werkt nu volgens de logica van winst per kwartaal, niet van rentmeesterschap tussen generaties. Wanneer culturele beperkingen falen, moeten wettelijke beperkingen ingrijpen - vandaar de groeiende beweging die oproept tot de ecocidewet, die milieuvernietiging op het hoogste niveau strafbaar wil stellen.
Wat is de ecocidewet?
In de kern zorgt de ecocidewetgeving voor aansprakelijkheid voor de vernietiging van het milieu door het te erkennen als een misdaad, op gelijke voet met genocide en oorlogsmisdaden. Door strikte juridische consequenties af te dwingen voor significante ecologische schade, versterkt het bestaande milieuwetten en duurzaamheidsraamwerken.
Het bevordert ook een culturele verschuiving, versterkt de morele plicht om de natuurlijke wereld te beschermen voor toekomstige generaties en zorgt ervoor dat beleidsmakers ecologische bescherming op lange termijn belangrijker vinden dan winst op korte termijn.
Gelijke concurrentievoorwaarden voor bedrijven
De ecocidewetgeving schrikt bedrijven niet af, maar is juist van cruciaal belang voor het creëren van een gelijk en welvarend speelveld. Dat komt omdat de meeste van de huidige producten en diensten niet de werkelijke kosten weerspiegelen van de uitputting en aantasting van het milieu die ze veroorzaken. Degenen die wel rekening houden met deze kosten voeren een strijd met één hand op de rug gebonden - want zolang het duurzame alternatief niet ook het meest kosteneffectieve alternatief is, zullen duurzame bedrijven helaas aan de rand van onze economie blijven staan in plaats van in de kern.
Neem Olio als voorbeeld. Via onze app distribueren we voedseloverschotten van bedrijven naar lokale gezinnen; maar we moeten concurreren met goedkope afvalstromen die de werkelijke kosten van voedselafval en de impact ervan op het milieu sterk onderprijzen. Totdat de prijs van deze afvalstromen de werkelijke schade voor het milieu weerspiegelt, zal het opschalen van duurzame oplossingen een zware strijd blijven.
Ecocidewetgeving kan daarom helpen deze marktverstoringen te corrigeren door ervoor te zorgen dat bedrijven verantwoordelijkheid dragen voor de milieuschade die ze veroorzaken, waardoor de weg wordt vrijgemaakt voor eerlijke concurrentie en een echt bloeiende en duurzame economie.
Hoe krijgt de ecocidewetgeving vorm?
Het goede nieuws is dat het momentum groeit voor de erkenning van ecocide als internationaal misdrijf. In het najaar van 2024 hebben Vanuatu, Fiji, Samoa en de Democratische Republiek Congo formeel het misdrijf ecocide formeel ter overweging aan het Internationaal Strafhof.
Ondertussen, heeft de Europese Unie de richtlijn milieucriminaliteit herzien, waardoor alle EU-lidstaten verplicht zijn hun wetgeving voor mei 2026 aan te passen. De richtlijn introduceert "gekwalificeerde overtredingen" voor ernstige milieuschade, die gedrag kunnen omvatten "vergelijkbaar met ecocide".
Verschillende landen boeken ook vooruitgang op binnenlands niveau. België heeft bijvoorbeeld de definitie van ecocide in zijn wetgeving opgenomen, terwijl Schotland de Ecocide (Prevention) Bill heeft ingevoerd. Ook in Italië, Nederland, Mexicoen Peruwat hoop geeft dat 2025 een kantelpunt zal zijn voor de ecocidebeweging.
Een laatste gedachte
Zoals het spreekwoord van de Cree waarschuwt: "Pas als de laatste boom is gestorven, de laatste rivier is vergiftigd en de laatste vis is gevangen, zullen we beseffen dat we geen geld kunnen eten."
De ecocidewetgeving biedt een dringende kans om deze grimmige toekomst af te wenden door duidelijke grenzen voor bedrijven vast te stellen. Door dit te doen, zal het best practices bevorderen, een eerlijke markt voor duurzaam ondernemen creëren en degenen die het juiste doen belonen. Zonder deze wet vrees ik dat het bedrijfsleven zijn bestaansrecht zal verliezen, omdat de maatschappij zich bewust wordt van de werkelijke prijs van ongebreideld kapitalisme.
De tijd voor ecocide wetgeving is nu.