Waar de wilde bloemen zijn gebleven: bescherming van levende landbouwgrond met behulp van de wet tegen ecocide
Deze gastblog is geschreven door Lars Veraart, dierenarts en agro-ecologische boer. Hij is medeoprichter van de agro-ecologische non-profitorganisatie ALPA, en medeoprichter en directeur van Provision Transylvania, een modelboerderij en centrum voor agro-ecologie en geweldloosheid.
Transsylvanië. Bron: Caras Jr via Unsplash.
Er zijn ecologen uit het Verenigd Koninkrijk in dit gebied geweest die in tranen uitbarstten toen ze telden hoeveel soorten ze per vierkante meter aantroffen. Mij is verteld dat er in het Verenigd Koninkrijk slechts 6000 hectare van zo’n rijke biodiversiteit over is, waarvan het grootste deel met hoge financiële investeringen is aangelegd en in stand wordt gehouden. Ik probeer dit uit te leggen aan een van mijn buren in ons Transsylvanische dorp aan de voet van de Westelijke Karpaten, terwijl hij vol lof was over het lokale, steeds verder uitdijende grootschalige landbouwbedrijf dat erin geslaagd is de biodiverse hooiweide om te vormen tot een grasmonocultuur.
Ik probeerde hem uit te leggen hoe belangrijk intacte ecosystemen zijn, de grote verscheidenheid aan wilde bloemen, kruiden en grassen, de insecten, vogels en het bodemleven, en hoe uniek zulke biodiverse hooiweiden in Europa zijn. Ik probeer hem duidelijk te maken dat we hier in Transsylvanië midden in een onbekende schat leven. Ik vertel hem dat ecologen uit West-Europa helemaal in de wolken zijn als ze veldwerk doen in de hooilanden van Roemenië en deze de ‘Amazonas van Europa’ noemen. Ik vertel hem hoe ik, als dierenarts voor grote dieren, heb geleerd hoe belangrijk een dieet rijk aan plantaardige geneeskrachtige stoffen is voor dieren en dat het aanleggen van een monocultuur voor veevoeder zal leiden tot talloze gezondheidsproblemen die vervolgens met hoge farmaceutische kosten moeten worden opgelost. Mijn buurman knikte en wees naar de plek waar vroeger een heg groeide tussen de velden waar we naar keken, die door het grote landbouwbedrijf is weggehaald. ‘Het is jammer dat die weg is,’ zei hij. Is het me gelukt mijn boodschap over te brengen?
De hedendaagse, conventionele, industriële grootschalige landbouw is de grootste oorzaak aan het verlies aan biodiversiteit en de vernietiging van ecosystemen. Wereldwijd is bijna de helft van alle bewoonbare landoppervlakte geregistreerd als landbouwgrond. Voor mij is het duidelijk dat de richting die we op wereldschaal zijn ingeslagen – waarbij industriële grootschalige landbouw de norm is geworden – een van de belangrijkste aandachtspunten is als we kijken naar het verlies aan biodiversiteit, massale uitsterving en ecocide.
Ongeveer 30 % van de landbouwgrond in de EU wordt gekenmerkt door een grote diversiteit aan soorten en habitats en/of de aanwezigheid van soorten die vanuit Europees oogpunt beschermingswaardig zijn. Landbouw op deze gronden wordt aangeduid als "landbouw met hoge natuurwaarde" genoemd en een klein deel van de EU-subsidies is bestemd ter ondersteuning van landbouw met lage intensiteit die in deze gebieden kan plaatsvinden. Als men bepaalde gebieden (in dit geval een minderheid van 30%) ‘hoge natuurwaarde’ noemt, impliceert dat dat de meerderheid (70%!) als „lage natuurwaarde“ wordt beschouwd. Ik stel mezelf dan de vragen: „Kan iemand mij aanwijzen welk deel van de natuur van lage waarde is?“ „Welke miljoenen hectaren worden beschouwd als natuur met een lage waarde?” En hoe is het zo gekomen dat wij, als samenleving, het besef van deze waarde zijn kwijtgeraakt? Hoe is dit met onze perceptie gebeurd?” Ik denk dat dit essentiële vragen zijn om over na te denken nu we ons richten op elke mogelijke toekomst die we met onze landbouwsystemen – en daarmee het leven op onze planeet – tegemoet kunnen gaan. Waarom maken we in wetgeving en bestuur een onderscheid tussen ‘landbouwgrond’ en ‘natuurgebieden’?
Waarom wordt niet alle land als uiterst belangrijk beschouwd? Waarom gaan we er niet vanuit dat ALLE landbouw plaatsvindt in de natuur, die van grote waarde is, en dat op elke vierkante meter waarop we leven en landbouw bedrijven de grootst mogelijke zorg voor levende systemen nodig is?
Ik ken persoonlijk niemand die blij is met de grootschalige vernietiging van de natuur of het massaal uitsterven van soorten als gevolg van de manier waarop we landbouw bedrijven: vervuiling van bodem, water en lucht op rampzalige schaal, en een hoog gebruik van chemische landbouwmiddelen die gezondheidsrisico’s opleveren voor alle levende wezens, inclusief onszelf. Toch ontvangen juist de landbouwsystemen die dit veroorzaken het grootste deel van de EU-subsidies. Hoe is het zo ver gekomen dat publieke middelen (belastingen) worden besteed aan praktijken die in principe niemand wil? Hoe is het zo ver gekomen dat één persoon, een willekeurige grootschalige industriële boer, wordt aangemoedigd, gemotiveerd, gesteund en in staat gesteld om in zijn eentje te besluiten kankerverwekkende en milieuvernietigende chemicaliën over tienduizenden hectaren landbouwgrond te sproeien en hiervoor bergen van ons collectieve geld te ontvangen?
Omdat ik in een uniek gebied van Europa woon dat rijk is aan biodiversiteit, en me bewust ben geworden van de vele schade die de industriële landbouw veroorzaakt, heb ik ALPA mede opgericht, een non-profitorganisatie die tot doel heeft landbouwgrond weer onder gemeenschappelijk beheer te brengen en op zoek is naar een nieuwe generatie agro-ecologische boeren om lokale, natuurvriendelijke voedselsystemen op te bouwen. We halen land uit de grondstoffenmarkt van investeringen, speculatie en privébezit en stellen het beschikbaar voor degenen die bereid zijn om alternatieve (levensondersteunende in plaats van ecocidale) manieren van landgebruik en voedselproductie te introduceren. ALPA staat voor „Acces La Pǎmânt pentru Agroecologie”, wat zich laat vertalen als ‘Toegang tot land voor agro-ecologie’.
Op een modern, grootschalig akkerbouwbedrijf in Koewacht, Nederland, worden verhoogde plantbedden aangelegd. Bron: Tom De Decker via Unsplash.
Ik ben ervan overtuigd dat een wereldwijde overgang naar lokale agro-ecologische voedselsystemen cruciaal is om een totale ineenstorting van het ecosysteem te voorkomen, en dat lokale projecten zoals ALPA een sleutelrol spelen bij het realiseren van die overgang. Daarom kies ik ervoor om mijn levensenergie aan zo’n project te wijden. Een boer die financieel gebonden is aan en gedreven wordt door een mondiaal voedselsysteem van internationale handelswetten, grote voedingsconcerns en reuzen op het gebied van chemie en biotechnologie, wordt momenteel beloond met een overvloed aan onze collectieve financiële steun. Er wordt alles aan gedaan om dit systeem in stand te houden in het belang van de winst van de grote bedrijven.
Wat als systemen zouden kunnen veranderen? Wat als de kleinschalige agro-ecologische boer, die gezond voedsel produceert en tegelijkertijd zorg draagt voor de leefomgeving, beloond zou worden voor deze levensreddende inspanning? Zo’n systeemverandering lijkt de natuur te ondersteunen en tegelijkertijd het aantal ziekenhuisbezoeken te verminderen… wie zou dat niet willen?
Elke samenleving stelt wettelijke grenzen vast. We vertrouwen niet alleen op voorlichtingscampagnes om moord, fraude of slavernij te voorkomen; we erkennen dat deze daden zo ernstig schadelijk zijn dat we wetten opstellen om ze te ontmoedigen en de verantwoordelijken ter verantwoording te roepen. De in versnelling rakende vernietiging van de levende wereld roept dezelfde vraag op: vanaf welk punt wordt milieuschade zo ernstig dat ook deze de krachtige reactie uitlokt die de wet kan bieden? De wet op ecocide is een antwoord op die vraag.
De wetgeving inzake ecocide is niet bedoeld om gewone boeren te criminaliseren of om eerlijke fouten strafbaar te stellen. Net als de wetten tegen genocide of misdaden tegen de menselijkheid stelt deze wetgeving een uiterste juridische grens vast tegen de ernstigste vormen van schade. Het doel ervan is het voorkomen en afschrikken van beslissingen die een aanzienlijke kans inhouden op het veroorzaken van ernstige en ofwel wijdverspreide, langdurige of onomkeerbare milieuschade, waarbij de verantwoordelijkheid wordt gelegd bij degenen die de grootste macht hebben om dergelijke vernietiging goed te keuren of ervan te profiteren. Door de juridische en economische prikkels aan de top van het systeem te veranderen, kan de wetgeving inzake ecocide bijdragen aan het creëren van eerlijkere omstandigheden voor boeren en landbeheerders die zich nu al inzetten voor het herstel van bodems, biodiversiteit en veerkrachtige voedselsystemen, in plaats van te moeten concurreren met praktijken waarvan de milieukosten door alle anderen worden gedragen.
Mijn buurman kijkt nogmaals naar het monocultuurgrasland. Ik zie hoe zijn gedachten teruggaan naar zijn jeugd en zie de beelden voor me van vele kleine boeren uit het dorp die de kleine stukjes land bewerkten en zo een mozaïek van een landschap vol biodiversiteit creëerden, dat nu bijna onherkenbaar is geworden. De ouderen zijn er niet meer, de kleine landbouwpercelen zijn verdwenen, de heggen verdwijnen langzaam, en de insecten en vogels zullen spoedig volgen. Hij pakt zijn houten hooivork en keert terug naar zijn boomgaard, waar hij met de hand soortenrijk hooi maakt voor zijn laatste drie schapen.
Het doet me beseffen dat er altijd al een andere manier van landbouw heeft bestaan, die nooit helemaal is verdwenen. Het komt er nu op aan juridische en economische systemen op te zetten die degenen belonen die het leven laten bloeien, in plaats van degenen die profiteren van de vernietiging ervan. Wetgeving tegen ecocide kan helpen die toekomst vorm te geven.