
Samenvatting:
Het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens heeft zijn Advies over de klimaatnoodtoestand en mensenrechten uitgevaardigd op 3 juli, na meer dan twee jaar beraadslaging.
Advisory Opinion No. 32, aangevraagd door Chili en Colombia in 2023, bevestigt dat de internationale verplichting om onomkeerbare schade aan het milieu en het klimaat te voorkomen een jus cogens norm is - dat wil zeggen een dwingende norm van internationaal recht.
Naast het benadrukken van de verplichting tot samenwerking tussen staten in milieuaangelegenheden, behandelt het advies het recht op een gezond milieu en erkent het dat aan de natuur rechten kunnen verbonden worden.
Hoewel de adviezen niet bindend zijn, is dit de eerste keer dat een hof voor de mensenrechten het voorkomen van onomkeerbare schade aan de natuur heeft erkend als een wettelijke plicht waaraan geen enkele staat zich kan onttrekken. Qua juridisch gewicht is het vergelijkbaar met het verbod op slavernij of genocide. Hoewel deze interpretatie afkomstig is van het Inter-Amerikaans Hof, betekent het een juridische paradigmaverschuiving. Verwacht wordt dat het de rechtspraak in heel Latijns-Amerika zal beïnvloeden en de groeiende wereldwijde erkenning van milieubescherming als een hoeksteen van de internationale mensenrechtenwetgeving zal ondersteunen.
Na de ingediende achtergrondinformatie te hebben bestudeerd en betrouwbaar wetenschappelijk bewijs te hebben verzameld, analyseerde het Hof het Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens en oordeelde dat landen alle noodzakelijke maatregelen moeten nemen om de risico's te beperken die enerzijds voortvloeien uit de aantasting van het wereldwijde klimaatsysteem en anderzijds uit de blootstelling aan en kwetsbaarheid voor de gevolgen van zulke aantasting.
Het Hof legde ook bijzondere nadruk op de verplichting van landen om samen te werken als het op het milieu aankomt, vooral in de context waarin de internationale gemeenschap gemeenschappelijke doelstellingen nastreeft of geconfronteerd wordt met uitdagingen die collectieve oplossingen vereisen.
Verder ging het Hof in op het recht op een gezond milieu, de bescherming van de Natuur als een entiteit met rechten, en stelde duidelijk vast dat er een internationale verplichting bestaat om geen onomkeerbare schade toe te brengen aan het milieu en het klimaat - eenverplichting die het Hof kenmerkte als een dwingende norm van internationaal recht, d.w.z een norm van jus cogens.
In dit verband merkte het Hof op dat „…er inspanningen worden geleverd om, zowel op nationaal als internationaal niveau, gedragingen strafbaar te stellen die enorme en langdurige schade toebrengen aan onze ecosystemen…”, waarmee het impliciet, hoewel niet expliciet, de toekomstige invoering van het misdrijf ecocide onderschreef. Deze inspanningen hebben, samen met een geheel van internationale milieunormen, geleid tot de geleidelijke vorming van „een normatief kernkader waarvan de bescherming geen afwijkingen toestaat, met name in het licht van risico’s op onomkeerbare schade aan levensondersteunende ecosystemen” (paragraaf 287).
In een andere opmerkelijke passage van dit advies verklaarde het Hof: “De verboden die voortvloeien uit de verplichting om ons gemeenschappelijk ecosysteem te behouden, als voorwaarde voor het genot van andere rechten die reeds als fundamenteel zijn erkend, zijn van zo’n groot belang dat zij geen enkele afwijking mogen toestaan. Zij het karakter van jus cogens.” (paragraaf 291).
Het is belangrijk om te verduidelijken dat, krachtens het Amerikaans Verdrag inzake de Rechten van de Mens, de adviesuitspraken van het Hof niet bindend zijn. In de praktijk neemt het Hof deze argumenten echter mee in zijn toekomstige redenering in geschillen, waarbij het zich strikt houdt aan de richtlijnen die in elke adviesuitspraak zijn vastgelegd.
Jojo Mehta, uitvoerend directeur en medeoprichter van Stop Ecocide International, verklaarde: "Dit advies geeft in juridische bewoordingen uitdrukking aan de fundamentele verschuiving in inzicht die we wereldwijd zien ontstaan. We beseffen eindelijk dat de natuur niet vervangbaar is; dat we een fundamentele verantwoordelijkheid hebben om de levende wereld die ons in stand houdt te behouden. Deze verplichting wordt ook in het strafrecht steeds meer erkend.”
Rodrigo Lledó, directeur van SEI voor Noord- en Zuid-Amerika, beoordeelde dit advies op zijn beurt positief en verklaarde:„Het is niet alleen opgenomen in de rechtsleer van het Inter-Amerikaanse Systeem zelf, maar kan ook indirecte gevolgen hebben in andere regionale en mondiale fora op het gebied van mensenrechten en het milieu. Vanaf nu bestaat er geen twijfel meer over het bestaan van een internationale verplichting van staten om het milieu te beschermen tegen onomkeerbare schade. Deze verplichting is gekwalificeerd als een jus cogens-verplichting verplichting, dat wil zeggen een verplichting die de kern van het internationaal recht, die bindend is en waarvoor geen afwijkende overeenkomst is toegestaan."
Je kunt het volledige advies hier lezen.